Welke sport wil ik gaan doen?

Welke sport wil ik gaan doen? Dat was de vraag. Vlak voordat ik tiener werd.
Erg veel keus was er niet in ons dorp. Er was een korfbalclub en een voetbalclub. In mijn kindertijd ging je als jongen niet korfballen. Dat mocht, volgens mij, nog niet eens. Dus kwam je automatisch bij het voetballen terecht. Ik was niet wild enthousiast maar mijn moeder wilde me minder thuis hebben dus werd er heel stimulerend op me ingesproken en zo liep ik al vrij snel met mijn voetbalschoentjes richting het clubgebouw.

Ik weet niet meer wat ik was. Een F-je of een E-tje, of net hoe het mocht heten in die tijd. Ik mocht in ieder geval meedoen. Dat was al heel wat. Trouw kwam ik elke keer (te laat) op de trainingen en probeerde de rest bij te houden.
Dat viel niet mee. Maar och, ik was een kind en die laat je niet aan de kant staan. Dus mocht ik ook aan wedstrijden meedoen. Al vrij snel bleek dat ik er niet veel van begreep want ik weet me nog één wedstrijd te herinneren. We verloren toen met 30-0. En toch had ik enkele goals gemaakt. Hoe kan dat nou? En waarom werd ik niet bedankt voor mijn inzet?

Na die wedstrijd mocht ik best veel op de bank zitten. Dan kon ik goed zien hoe de anderen het deden. Daar zou ik van kunnen leren. Ik weet nog dat ik overal gestaan heb. rechts-back, links-back, rechtsbuiten, linksbuiten, spits. Noem de plaatsen maar op. Niets hielp.
Voetballen was het dus niet. Ik geloof dat ik twee seizoenen mee heb gedaan waarvan een op de bank. Toen ben ik op zoek gegaan naar een Wilgenboom. Ik moest mijn, nog vrijwel nieuwe, schoentjes ergens aan hangen.

Nee, voetbal heeft mij nooit kunnen bekoren. En dat is altijd zo gebleven.