Alle vakanties naar de wereldkampioenschap zijspancross

Nadat ik zelf 2 jaar in de bak van een zijspancrossmotor mijn acrobatische toeren had uitgehaald werd het, eerder dan verwacht, tijd om naar de andere ‘stuntmannen’ te gaan kijken.

De coureur waar ik het fijnst mee gecrossed heb gaf er opeens de brui aan en ik stond aan de kant. Hij had er opeens geen zin meer in. Tja, dat kan. Als bakkenist heb je dan weinig in te brengen want de coureur betaald alles en wie betaald, bepaald. Bij de professionals is het in veel gevallen  zelfs zo dat de bakkenist betaald wordt door de coureur. Op ons niveau was dat niet aan de orde.

Mijn liefde voor de zijspancross was nog onaangetast hoog en dus gingen mijn vrouw en ik met enkele vrienden naar zoveel mogelijk wedstrijden in Nederland en het buitenland. Onze vakantiedagen en ons vakantiegeld ging eraan op maar we hadden de tijd van ons leven. Vaak kwamen we op vrijdagmiddag aan op een of ander circuit ergens in bijvoorbeeld Zuid-Duitsland en de eerste actie was natuurlijk altijd het opentrekken van het eerste blikje bier. Pas na een aantal uren werd de tent opgezet of de caravan in orde gemaakt. Daarna iets naar binnenwerken wat op eten leek en daarna weer verder met gezellig kleppen met z’n allen onder het genot van, tja, heel veel bier.
In die tijd waren er natuurlijk ook Wereldkampioenschappen voor solomotoren maar daar kwamen toch andere mensen op af. Die konden minder goed tegen bier en de vernielingen en vechtpartijen waren schering en inslag.
Bij de ‘zijspanfamilie’ kwam dat niet voor en dus was de sfeer veel aangenamer. En dat ondanks de grote hoeveelheden alcohol.
Een jonge dame van een Zwitserse organisatie wist mij een keer te vertellen dat de solo klasse door hen niet meer werd uitgenodigd vanwege de steeds terugkerende problemen. Wij natuurlijk trots en we gingen ons nog beter gedragen.

Vaak vertrokken we op zondagavond of, i.v.m. met de aanwezige alcohol, op maandagmorgen weer naar huis.
Dit heb ik ongeveer 17 jaar volgehouden. Ook na mijn scheiding sloot ik me bij mijn vrienden aan en bleven we overal de Wereldkampioenschappen zijspancross bezoeken.
Ik zou hier nog enkele blogs over kunnen schrijven maar de eerlijkheid gebied me te schrijven dat het dan wel veel van hetzelfde zou worden. Dat is dus niet de bedoeling. Anderen moeten ook aan het woord kunnen zijn aan deze Stamtafel.

Dat was nog eens sporten.

Ik was eigenlijk al veel te oud. Ik denk ongeveer 28 jaar toen ik met motocrossen begon. Zijspanmotocrossen. Mijn zuster ging al een tijdje regelmatig kijken en probeerde mij ervan te overtuigen dat het een geweldige sensatie was. Dat crossen.
Het was ergens in 1979 dat ik voor het eerst meeging. We bezochten toe een wedstrijd voor het Nederlands kampioenschap in Helmond. Ik vond het wel leuk, maar… Dus stond ik vanaf dat moment vrijwel elke zondag ergens langs een circuit.

Links in de bak. Ik dus. Niet echt spectaculair. Wel lekker om te doen.

De zenuwen gierden door mijn hele lichaam als ik het enorme lawaai hoorde dat telkens losbarsten als ‘de heren’ van start gingen.
De motoren waren toen nog zogenoemde 4-taktmotoren en behoorlijk krachtig dus dat gaf een imposant geluid. Tezamen met de geur van olie en uitlaatgassen… ik was verslaafd! Er hing een hele familiare sfeer tussen de rijders en het publiek.
Daar heb ik me altijd perfect bij thuis gevoeld. Het werd mijn leven.

Na bijna een jaar kijken had ik zin om het zelf ook te gaan doen. Ik vond een andere enthousiasteling en al spoedig kreunden we van de spierpijn het bed in na elke training. Hij was de coureur. Ik de passagier. Bakkenist genoemd. Hij moest gas geven en ik moest acrobatische toeren uithalen om het zijspan van ruim 200 kilo + twee crossers in balans te houden. Dat ging niet altijd goed maar na ongeveer 30 keer over kop te zijn geslagen hadden we het redelijk onder de knie.
We deden mee aan wedstrijden. We trainden elke week twee avonden de zwaarste oefeningen op de trimbaan. Tussendoor de oefeningen deden we er nog extra wat bij. Alles ging in looppas. Daarbij probeerde ik mijn conditie nog eenmaal per week wat op te krikken door nog eens flink op de squashbaan te keer te gaan. Daarbij nog twee maal op de motor. Och ja, zucht ik nu. Dat was de tijd dat ik als 30 jarige nog rondliep met een wasbordje. Dat is inmiddels een wasmand geworden.

Het was de tijd van mijn leven. Als we zelf niet hoefden te rijden gingen mijn toenmalige vrouw en ik ergens een wedstrijd kijken. Het liefst naar Wereldkampioenschappen in buitenland. Samen op de motor naar Zwitserland. Daar aangekomen… Oeps, wedstrijd afgelast door het slechte weer. Geen probleem. We rijden weer naar huis. volgend weekend weer een wedstrijd.

Binnenkort weer een zijspanblog